Web 2.0, afstuderen en WatVindenWijOver.nl

In mijn optiek staat het buiten kijf dat de manier waarop wij het ‘huidige’ Internet gebruiken rap aan het veranderen is. Nieuwe Internet Startups schieten als paddenstoelen uit de grond die allemaal op de Web 2.0 bubble, want zo noemen we het maar: Web 2.0, meedrijven.

Of het nu een marketinghype is of niet, het feit blijft dat er een verandering gaande is. We zien bijvoorbeeld verschuivingen van’publisher-generated-content’ naar ‘user-generated-content’. We zien verschuivingen van offline, individuele opslag van bookmarks, naar online, collaboratieve opslag van bookmarks, waarbij bookmarks niet allen worden opgeslagen, maar waar we ook de bookmarks van anderen in kunnen zien, waardoor een enorm rijke content tot onze beschikking komt. We zien verschuivingen van category-based information storage en retrieval naar tag-based information storage en retrieval. We zien een verschuiving waarbij het Internet steeds meer een ontmoetingsplaats wordt waar mensen informatie delen, opslaan en creëren.

Het Internet is al jaren een belangrijke bron voor kenniswerkers. Nu het Internet een andere toepassing lijkt te krijgen, verandert ook de manier waarop een kenniswerker het Internet (of de geboden tools) kan gebruiken. Dit is in essentie het uitgangspunt van mijn afstudeeronderzoek.

Een belangrijk uitgangspunt in mijn studie aan de UvA is dat kennis niet zomaar te managen valt. Kennis is een sociaal begrip en is contextafhankelijk. Daarbij is het zo dat kennis als het ware een grondstof voor leren vormt en daarmee is leren eveneens een sociaal proces, dat niet ophoudt op een zekere leeftijd. Dit leren, volgens Wenger (1998), vindt plaats in Communities of Practice (CoP). CoP’s vormen vandaag de dag steeds vaker de basis voor kennismanagement en lerende organisaties.

Het probleem ontstaat nu dat CoP op zich eigenlijk ook niet te managen zijn. Zij ontstaan daar waar mensen een gedeelde passie of een gedeeld doel hebben en waar mensen met elkaar werken om dat doel te bereiken en de lat steeds hoger te leggen. In die zin kunnen CoP slechts gefaciliteerd worden.

Het probleem met de ‘eerste generatie’ kennismanagement tools is dat zij teveel waren gefocused op het creëren van ‘kennis’, en het opslaan en terugvinden daarvan. Nu we hebben gezien dat kennis eigenlijk een sociaal begrip is, valt te begrijpen dat dergelijke tools niet toereikend zijn.

De theorie van Wenger stelt, zoals gezegd, dat leren een sociaal proces is en dat kennis een grondstof voor leren vormt. Leren in een CoP vindt plaats door het creëren van continue wederzijdse betrokkenheid, het ontwikkelen en verbeteren van een gezamenlijk doel en het ontwikkelen van een gedeeld repertoire. Centraal in deze processen staat het proces van continue onderhandeling over betekenis. We kunnen nu stellen dat de focusvan tools meer op het ondersteunen van dit sociale proces zou moet liggen, dan op het opslaan, creëren en terug vinden van ‘kennis’ (wat overigens niet verwaarloosd moet worden).

En dat is in mijn ogen nu net waar de kracht van de nieuwe generatie (of Web 2.0) diensten ligt. Veel diensten ondersteunen dit sociale proces. Veel diensten maken het uitwisselen van kennis mogelijk. Veel diensten maken het onderhandelen over betekenis mogelijk. Veel diensten maken het creëren van een gedeeld repertoire mogelijk.

In mijn afstudeeronderzoek richt ik mij dan ook op de bijdrage die Web 2.0 kan bieden op het leerproces binnen Communities of Practice. Op die manier kan ik tevens stellen dat Web 2.0 een bijdrage kan leveren aan kennismanagement (vanuit een subjectivistische benadering). Ik onderzoek dit in eerste instantie vanuit de literatuur, waar ik aanknopingspunten hoop te vinden waaruit voorwaarden, condities of mechanismen zijn af te leiden die inzicht geven in de effecten van technologie in het algemeen, en Web 2.0 specifiek, op het leren binnen CoP.

Naast dit literatuuronderzoek zal ik eveneens een drietal typische Web 2.0 diensten evalueren. Ten eerste een weblog. Deze weblog hebben wij gedurende de cursus MIW aan de UvA met studenten opgesteld. Ten tweede plaats zal ik een social bookmarking en networking dienst analyseren, namelijk www.watvindenwijover.nl. Dit is de eerste Nederlandse social bookmarking en networking dienst (een eerste referentie lees je overigens hier). Ten derde zal ik een (nog te bepalen) Wiki analyseren. Ik analyseer hierbij niet alleen de dienst, maar zal ook de gebruikers erachter middels interviews benaderen.

Tot slot zal ik mijn bevindingen formuleren in de vorm van een set van hypothesen, die ik zal fine tunen met een groep van experts in de setting van een focus groep interview.

En wat hier uit mag komen? Ik hoop een set van hypothesen, waarmee ik dus eigenlijk een theorie vorm over hoe Web 2.0 zou kunnen werken binnen een specifieke context, en daarbij inzicht geef in de onderliggende mechanismen die bepalen waarom het dan ook werkt.

Keep you posted!

Literatuur

Wenger, Etienne, Communities of Pracitce, Learning, meaning and Identity, 1998


If you enjoyed this post, make sure you subscribe to my RSS feed!