Beetje reclame mag best…

Dat blogging de wereld verovert mag inmiddels algemeen bekend worden verondersteld. Het aantal blogs groeit nog steeds gestaag en bijvoorbeeld ook het aantal blogs waaruit ik nuttige informatie haal voor mijn afstudeertraject groeit bijna net zo hard. Dat deze trend ook dichtbij toeslaat bewijst vriend en medestudent Tim, die het niet kon laten na al het blog en social bookmarking geweld zijn eigen blog te starten. Pas een paar dagen in de lucht en ‘nog maar’ twee posts, maar nu al absoluut het lezen waard. Met name de post waarin hij een koppeling beschrijft tussen het communisme en web 2.0 biedt interessante stof om over na te denken…

Tot zover de huishoudelijke mededeling. Nu verder met een update van de eigen thesis

Uit de eerste sessie interviews die ik inmiddels achter de rug heb blijkt ook dat onder de groep studenten waarmee ik vorige jaar aan de Universiteit een blog heb opgezet overwegend een positief gevoel heerst. Binnen de context van Communities of Practice (CoP) en leren zijn toch vrijwel alle studenten van mening dat het bloggen een positief effect heeft gehad op het eigen leerproces, maar ook op het community gevoel binnen de groep. De voornaamste mechanismen die hieruit voort zijn gekomen zijn, in een notendop, reflectie, inspiratie, discussie, motivatie, sociale ‘druk’ (moeten bloggen, moeten posten en moeten lezen, omdat je anders niet mee komt in de groep), profilering (reputatie) en vertrouwen. Verdere analyse moet nog volgen. Daarvoor moet ik nog even door dit boek heen :-).

Uitgebreider ingaan op deze mechanismen zal ik in een later stadium, wanneer ik de tweede helft van mijn interviews heb afgerond. Voor nu is het interessant om te melden dat de insteek van mijn afstudeeronderzoek (wederom) een kleine twist heeft gekregen.

De reden hiervoor is dat ik eens goed ben gaan reflecteren wat ik nu eigenlijk met mijn onderzoek wilde gaan aantonen. Gefascineerd door de theorie van Communities of Practice ben ik dit onderzoek ingegaan, maar daarnaast heb ik altijd het gevoel gehad dat er iets miste. Zowel in Wenger (1998) en Wenger (2002) wordt niet of nauwelijks ingegaan op de ondersteuning door ICT voor CoPs. Op zich logisch, daar CoPs voornamelijk draaien om het sociale, het menselijke aspect en minder om het technologische aspect. De voornaamste reden waarom ICT achter bleef ligt misschien in het feit dat ICT lange tijd niet in staat is geweest om aan de vereisten die CoPs stellen te voldoen. Denk hierbij aan zaken als de mogelijkheid om verhalen te vertellen, te reflecteren, zowel een participatief als reificatief geheugen te creëeren, virtuele ontmoetingsplaatsen enz enz. Maar met de opkomst van Social Software op het Internet… zou dat nu net niet ‘de heilige graal’ zijn die CoPs nodig hebben om optimaal te kunnen opereren? Immers, Social Software en Web 2.0 claimt natuurlijk ook, zoals de naam al zegt, ‘sociaal te zijn’ en het belang bij de community te leggen…

Aangezien ik zelf Web 2.0 inzet in mijn leerproces ben ik eens gaan reflecteren wat dit mij heeft gebracht. Terugkijkend op de blog waar ik het eerder over had ben ik persoonlijk van mening dat het mij absoluut heeft geholpen. Ik kan nog genoeg situaties voor de geest halen waarin discussies tijdens de colleges zijn voortgezet op de blog, of dat postings op de blog aanleiding waren voor discussies in het college. Met name de momenten van reflectie van mij of van anderen en de mogelijke discussies die daaruit volgden hebben absoluut bijgedragen aan mijn betekenisgeving voor het vak en heeft dus, volgens Wenger (1998), bijgedragen aan mijn leerproces. Ditzelfde geldt voor social software. Met een aantal medestudenten ben ik actief op WatVindenWijOver, een social bookmarking dienst, waar wij bijvoorbeeld bewust een specifieke tag gebruiken om informatie over een project bij de gemeente Amsterdam met elkaar te delen. De mogelijkheid om daarbij je mening te geven en daarop weer te reageren, biedt ons een platform om snel relevante informatie te vinden, op te slaan en te delen binnen de groep.

Interessante vraag die nu steeds overeind blijft staan is waarom het nu zo wordt ervaren dat social software (gereificieerd in blogs, wikis en social bookmarking) bijdraagt aan het leerproces?

Wanneer we in deze context de theorie van Wenger beschouwen, stelt Wenger dat leren an sich niet kan worden ontworpen. Wat wél mogelijk is het bieden van een infrastructuur die het leerproces ondersteunt. Zoals Wenger ook zegt: het is als een plant. Je kunt het water geven, uit de wind houden en zorgen voor goede grond, maar je kunt de plant niet laten groeien. Vertaald naar leren betekent dit dat je slechts een architectuur voor leren kunt bieden die het leerproces ondersteunt. Met andere woorden: welke de faciliteiten biedt die nodig zijn om het leerproces te ondersteunen.
Als we Social Software nu als een architectuur voor leren beschouwen (we kunnen immers met enige zekerheid stellen dat Social Software het leerproces ondersteunt) dan is de meest interessante vraag tot in welke mate is Social Software geschikt om het proces van leren (in de praktijk) te ondersteunen? En de vraag die daarop volgt: Wat zijn dan de mechanismen die ervoor zorgen dat Social Software dit proces van leren in de praktijk ondersteunt? Deze twee vragen staan nu centraal in mijn afstudeeronderzoek.

Uitgaande van de theorie van Wenger moet een architectuur voor leren faciliteiten bieden die drie ‘modes of belonging’ ondersteunen. Met ‘modes of beloning’ wordt bedoeld verschillende manieren waarop je met een community of een leerproces verbonden kan zijn. Deze drie modes of belonging zijn (vrij vertaald) betrokkenheid, verbeelding en verbondenheid / richting (engagement, imagination, and alignment). Om de vraag te beantwoorden tot in welke mate social software geschikt is om het proces van leren (in de praktijk) te ondersteunen, kan dus gekeken worden naar de mate waarin Social Software faciliteiten biedt die engagement, imagination en alignment ondersteunen.

  • Engagement betekent zoveel als actieve betrokkenheid in wederzijdse processen van onderhandeling over betekenis.
  • Imagination betekent zoveel als het creëeren van afbeeldingen van de wereld en het zien van verbindingen over tijd en ruimte door te extrapoleren vanuit eigen ervaringen
  • Alignment betekent zoveel als het coördineren van je energie en activiteiten met als doel te passen binnen de bredere structuren en bij te dragen aan bredere initiatieven.

Deze modes of belonging zijn verder geoperationaliseerd en dus in interviews met gebruikers te toetsen. Ik hoop daarmee uitspraken te kunnen doen die ingaan op de mate van geschiktheid waarmee social Software het leerproces kan ondersteunen. Hopende natuurlijk op het vinden van het ‘gouden ei’; namelijk dat de combinatie van social software diensten de ‘ideale’ leerarchitectuur voor CoPs biedt.

Tot slot nog interessant om te melden dat ik vandaag een uiterst inspirerende lezing heb bijgewoond van dhr. Michel Bauwens, pioneer op het gebied van Peer 2 Peer en in het bijzonder het inzetten van het concept van Peer 2 Peer als tegenhanger van de traditionele, kapitalistische maatschappij. Zeer interessant en na afloop heb ik nog even met hem gesproken over de relatie tussen Peer 2 Peer, Social Software en Communities of Practice. Maar daar zal ik morgen nog een post aan weiden.

————————————————————————————————————————–

  • Wenger, Etienne, 1998. Communities of Practice: Learning, meaning, and identity. New York: Oxford University Press
  • Wenger, Etienne, McDermott, Richard en Snyder, William M., 2002. Cultivating Communities of Practice: A Guide to Managing Knowledge. Harvard Business School Press: Boston


If you enjoyed this post, make sure you subscribe to my RSS feed!