Ceci n’est pas Literatuur*

PijpAl een lange tijd op weg in mijn thesis is het duidelijk dat er genoeg gezegd en geschreven is over web 2.0, social software en het ‘nieuwe leren‘. Als ik mijn feedreader doorspit komen er dagelijks nieuwe potentieel relevante bronnen bij. Allemaal zeggen ze iets over de waarde van social software, over leren of over de combinatie van beiden. Inmiddels is het me duidelijk dat ook de relatie met de theorie van Communities of Practice wel te leggen is, dus veel van de bronnen bieden wel iets wat nuttig is. Nu rijzen de volgende vragen: wanneer is het saturatiepunt bereikt, wanneer is literatuur relevant en wanneer is literatuur ook wetenschappelijk verantwoord in mijn thesis? In deze post probeer ik op deze vragen een antwoord te geven.

Als ik zou willen, kan ik iedere zin die ik schrijf met meerdere blogs, artikelen of wat dan ook onderbouwen. Maar het lijkt me ook dat een bibliografie van 25 pagina’s straks niet meer zoveel toevoegd. Maar ja, het is toch altijd een prettig gevoel om een uitspraak met meerdere bronnen te onderbouwen. Toch? Of niet?

Ergens moet je een grens trekken. Zo stuitte ik gister weer op 2 doctoraal scripties: de ene ging over weblogs, de andere over wikis. Ook die stonden weer vol met bekende, maar ook nieuwe bronnen. Vandaag kwam ik de weblog tegen van een auteur die ik al meerdere keren heb geciteerd. Op zijn site heeft hij een repository met honderden en honderden bronnen… En zo gaat het verder en verder en verder. Het einde raakt zoek.

Om hier een beetje duidelijkheid in te scheppen voor mezelf ben ik eens in wat boeken gedoken over kwalitatief onderzoek. Wat wordt daar over literatuuronderzoek gezegd? Daarnaast stuitte ik op dit document, wat ook helder inzicht geeft in het doen van literatuuronderzoek. Tot slot heb ik de eisen vanuit de Universiteit nog eens nageplozen.

Saturatiepunt

Het saturatiepunt kan worden omschreven als punt waarop je het gevoel krijgt dat verder lezen in nieuwe publicaties je geen nieuwe inzichten meer geeft. Aan de universiteit wordt het saturatiepunt altijd cryptisch omschreven. Iets in de trant van: niet teveel, maar ook niet te weinig lezen :). Het saturatiepunt brengt risico’s met zich mee, omdat je als het ware blind wordt voor nieuwe inzichten. Alles valt voor het gevoel snel te plaatsen binnen bestaande kaders. Tim Hoogenboom heeft hier nog een aardige post over geschreven.

Het is dus belangrijk ervoor te waken dat je blind wordt voor nieuwe literatuur. Persoonlijk heb ik het gevoel dat ik kritisch blijf, omdat ik voor mijn gevoel het risico loop die ene briljante post of artikel te missen die van enorme waarde voor mijn onderzoek kan zijn. Zo kwam ik vandaag in eens op de relatie tussen bloggen en deep en surface learning, binnen de grenzen van reflectie. Toch weer een aardige invalshoek om de waarde van blogs voor leren te beschrijven. De kern ligt natuurlijk in het feit dat het zwaartepunt verschuift naarmate je verder in je literatuuronderzoek komt. Ik zou het nu kunnen bijhouden met het op hoofdlijnen lezen van nieuwe artikelen en publicaties, om snel de waarde voor mijn thesis in te schatten.

Relevantie van literatuur

Als eerste zijn er natuurlijk de welbekende A publicaties. Dit zijn artikelen gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften, die door een anonieme en onafhankelijke commissie worden gekeurd. A publicaties op mijn vakgebied zijn bijvoorbeeld de Journal of Information Systems, Academy of Management Review, Management Information Systems Quarterly en zo kan ik nog even doorgaan. Een volledig overzicht kan worden opgevraagd in de digitale bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam.

Allemaal heel aardig, maar ik liep al snel tegen het feit dat deze bladen nog maar weinig relevante informatie bevatten over mijn onderwerp. Het onderwerp (virtuele) communities of practice leverde nog wel het een en ander op, maar over social software is nog maar weinig te vinden in deze bladen. Dit komt voornamelijk door de lange doorlooptijd die deze bladen kennen voordat iets gepubliceerd is. En aangezien ik social software wezenlijk anders beschouw dan ‘traditionele’ internet toepassingen, valt de relatie met andere technologieën niet zomaar naar social software door te trekken.

Dan ben je al snel aangewezen op bladen die sneller publiceren, maar niet in de A lijst staan. Maar vaak zijn commerciele belangen een belangrijke motivator in dergelijke bronnen (en ook internetbronnen), wat de relevantie en betrouwbaarheid in het geding brengt.

Om de relevantie van een internetbron te bepalen schrijft Berg (2004) het volgende:

  • Van wie is de bron: De instantie achter de bron moet betrouwbaar over komen en eigenlijk geen commerciele belangen ten toon spreiden. Ook als de informatie betrouwbaar overkomt hoeft dit nog lang niet altijd het geval te zijn. Een backup check is nooit overbodig.
  • Is het een reputabele site: Individuele blogs zijn altijd listig. Immers het is eenvoudig je gedachten te reflecteren op een blog, maar wat is de relevantie daarvan? En de empirische onderbouwing? Als die er al is? De blog van Stephen Downes is in mijn ogen een goed voorbeeld van een betrouwbare, individuele bron. De man in kwestie is onderzoeker en heeft verschillende publicaties achter zijn naam staan.
  • is het materiaal met een datum: Niet alleen het materiaal zelf moet gedateerd zijn, het liefst moet de website zelf ook nog eens regelmatig geupdate worden. Verouderde informatie (wat is verouderd?) zou je doen moeten twijfelen aan de betrouwbaarheid van de bron.
  • kan de informatie bevestigd worden: Vergelijk verschillende bronnen met elkaar om te zien of de gedachten die tentoon worden gespreid gedeeld worden. Wanneer dicrepepanties of contradicties naar voren komen, moet je voorzichtig zijn met het gebruiken van het materiaal.

Daarnaast is het belangrijk in te zien dat artikelen (en met name de niet A publicaties) vaak zijn geschreven binnen een bepaalde context en voor een bepaald publiek. Deze context kan bepalend zijn voor de kwaliteit van het document: zoals Yin (2003) mooi schrijft: “niet ieder document bevat de volledige waarheid.”

Een enorme dooddoener is natuurlijk de opmerking dat literatuur moet aansluiten bij je onderzoeksvraag. Literatuur kan dan al snel worden teruggebracht tot een beperkte selectie. Maar ja, een onderzoeksvraag met als hoofdonderwerpen social software en leren, levert momenteel voldoende stof tot lezen op. Bovendien wil ik relevante literatuur waarin de relatie tussen social software en kennismanagement ook betrekken, omdat de begrippen kennis en leren nauw verwant zijn en dergelijke bronnen dus ook relevante input kunnen opleveren. Het is vooral zaak literatuur kritisch te beoordelen, de voor- en nadelen te beschrijven en de relevantie ten aanzien van het eigen onderzoek te verwoorden. Deze aantekeningen moeten altijd goed bewaard worden. Zelf maak ik comments van mogelijk relevante stukken in mijn thesis zelf en maak ik aantekeningen in de pdf’s zelf.

Op het moment dat ik een relevante publicatie denk gevonden te hebben controleer ik ook altijd even hoe vaak het artikel zelf is geciteerd. Scholar google heeft een aardige functie die aangeeft hoe vaak en door wie een artikel is geciteerd. Zo is het boek van Wenger, Communities of Practice, volgens google liefst 3335 keer geciteerd. Een geruststellende gedachte :). Het bladeren door deze citaten levert vaak weer nieuwe, recentere bronnen op.

Hoewel al met al redelijk voor de hand liggend, is het af en toe toch eens handig om terug te kijken op dit soort elementaire beschrijvingen, om niet teveel van je topic of interest af te wijken. Ik had met deze post dan ook niet de intentie een enorm hoogdravend stuk te schrijven. Dit is meer ter reflectie 😉

  • Berg, B. L. Qualitative Research Methods for the social sciences. Pearson Education Inc, Boston, USA, fifth edition, 2004.
  • The learning centre, Getting started on your own literature review, http://www.lc.unsw.edu.au/onlib/pdf/Litrev.pdf
  • Yin, R. K. Case Study Research: design and methods. SAGE Publications, London, United Kingdom, third edition, 2002.

* ps. de titel moet uiteraard met een korreltje zout worden genomen. De afbeelding is een typisch voorbeeld van het surrealisme. De bijgaande tekst: “Ceci n’est pas une pipe” betekent uiteraard dit is geen pijp. Wat is het wel? Een afbeelding van een pijp. Met de opmerking wil ik slechts aangeven dat niet alle literatuur ook literatuur is.

If you enjoyed this post, make sure you subscribe to my RSS feed!