Theoretisch raamwerk

Het heeft even geduurd, maar een eerste versie van het theoretisch raamwerk is zo goed als afgerond. In de komende tijd zal ik dit raamwerk verder verfijnen, wanneer ik nieuwe inzichten uit de literatuur verkrijg en mijn begrip van de materie zich verder ontwikkeld. Mijn doel is uiteindelijk niet zozeer dit theoretisch raamwerk te toetsen in de praktijk, maar dit raamwerk juist op basis van praktijkervaringen verder te verfijnen, zodat in ieder vakje van het raamwerk uiteindelijk de essentie van de betreffende relatie staat. Vervolgens hoop ik daar zinvolle hypothesen uit af te leiden, maar zover zijn we voorlopig nog niet :)

Voordat ik het raamwerk uiteenzet geef ik eerst een korte introductie van de context. Mijn scriptie kun je hier downloaden. Mijn thesisopzet hier

In mijn onderzoek beschouw ik specifiek drie social software diensten, namelijk blogs, wikis en social bookmarking. De context heb ik verder afgebakend door het gebruik van social software binnen een educatieve setting te beschouwen, waarbij social software is ingezet ter ondersteuning van het leerproces. Ik heb deze afbakening gemaakt, omdat ten eerste een groep mensen voorhande is die kennis heeft van de centrale theorie van mijn onderzoek, en ook nog gebruik heeft gemaakt (of nog maakt) van social software. Ten tweede, omdat ik persoonlijk denk dat social software juist ook in groepen waar mensen elkaar al kennen van grote waarde kan zijn. Ik schreef hier al over in mijn post over de waarde van social software voor het individu.

Daarnaast beschouw ik social software in de context van de theorie van Communities of Practice. Communities of Practice zijn groepen van mensen met een gedeelde interesse voor een bepaald onderwerp en die hun kennis en expertise op dat gebied door continue interactie willen verdiepen (Wenger, 2002).

Communities of Practice worden gekenmerkt door hun historie van wederzijdse betrokkenheid, onderhandeling over het initiatief / doel en de ontwikkeling van een gedeeld repertoire. Leren in de praktijk (learning in practice), wat in essentie plaats vindt in Communities of Practice, bestaat in die zin uit de volgende drie processen (Wenger, 1998):

  • nieuwe vormen van wederzijdse betrokkenheid ontwikkelen,
  • het begrijpen en verbeteren van het initiatief / doel van de community (enterprise) en
  • het ontwikkelen van een gedeeld repertoire.

Deze processen van leren staan centraal in Communities of Practice. Een ander kenmerk van Communities of Practice is dat zij niet kunnen worden ontworpen. Zij moeten ‘spontaan’ ontstaan vanuit de gedeelde interesse. Een organisatie kan dan ook slechts een Community faciliteren. Zij kunnen een community faciliteren door de juiste middelen op het juiste moment beschikbaar te stellen. Daarin zit zowel een stukje technologie, als ook andersoortige faciliteiten als huisvesting, budget en dergelijke.

Om Communities te kunnen faciliteren, moet worden gezorgd voor de ondersteuning van drie manieren van ‘behoren’ tot een community (modes of belonging). Deze modes of belonging zijn:

  • Engagement (betrokkenheid): Hierin draait het om actieve betrokkenheid in processen van onderhandeling over betekenis. Onderhandeling over betekenis is een kernproces dat binnen Communities of Practice plaats vindt.
  • Imagination (verbeelding): hierin draait het abstract gezegd om het creëren van afbeeldingen van de werkelijkheid en de wereld en het zien van verbindingen over tijd en ruimte heen.
  • Alignment (verbondenheid / afstemming): Hierin draait om het coördineren van energie en activiteiten om binnen bredere structuren te passen en bij te kunnen dragen aan hogere initiatieven (bijvoorbeeld op organisationeel niveau)

De uitdaging voor het ontwerpen van een architectuur voor leren zit hem in het ondersteunen van het werk van engagement, imagination, en alignment. Hiervoor heeft Wenger (1998) een infrastructuur voor leren ontwikkeld, waarin dit is gevisualiseerd (zie onderstaande figuur)

 

 

Design Framework

Een goede leerarchitectuur volgens Wenger biedt dus faciliteiten die engagement, imagination en alignment ondersteunen. In de figuur zie je bij iedere mode of belonging drie operationalisaties staan. Deze operationalisaties heb ik als uitgangspunt gehanteerd voor mijn theoretisch raamwerk. Ik zal deze hier eerst kort toelichten:

Engagement

  • Mutuality (wederkerigheid): Hierin draait het om het bieden van interactionele faciliteiten, zoals fysieke en virtuele ruimten, technologieën voor interactie, communicatie faciliteiten en dergelijke. Daarnaast draait het om het uitvoeren van gedeelde taken en het toelaten van participatie aan de randen van de community (periferie)
  • Competence (competentie): Hierin draait het om het tonen en benutten van initiatief en de kennis van de community, faciliteiten die een zekere verantwoordelijkheid oproepen en praktische middelen om de community aan de gang te houden.
  • Continuity (continuïteit): Hierin draait het enerzijds om reificatief geheugen (reificatie betekent letterlijk verstoffelijking). Denk hierbij aan documentatie, informatie repositories, en zoekmechanismen. Anderzijds draait het hier om participatief geheugen. Denk hierbij aan leider-volgeling systemen, ontmoetingen tussen leden van verschillende generaties en expertise, het vertellen van verhalen (storytelling) en dergelijke.

Imagination

  • orientation (orientatie): het gaat hier om het bepalen van de plaats van de community, zowel in ruimte, tijd, betekenis als macht. Denk hierbij aan zaken als kaarten, middelen om de community te visualiseren, lange termijn trajecten en traditionele kennis, uitleg, verhalen en voorbeelden, organisatie schema’s en procesbeschrijvingen.
  • reflection (reflectie): Hier draait het om het afstand kunnen nemen van de community om een moment van bezinning en overdenking mogelijk te maken. Het gaat hier om het representeren van patronen, faciliteiten om vergelijkingen te trekken met andere communities, je kunnen terug trekken, kunnen praten met elkaar en dergelijke
  • exploration (exploratie): Hier draait het om het ontdekken van nieuwe dingen, de mogelijkheid hebben om nieuwe dingen uit te proberen, de ruimte hebben om een visie te ontwikkelen, alternatieve scenario’s ontwikkelingen, grenzen van de community opzoeken en dergelijke.

Alignment

  • convergence (convergentie): Hier draait het om het aanbieden van faciliteiten die gericht zijn op het ontwikkelen van een gedeelde focus, interesse, visie, gedeeld begrip, normen en waarden.
  • coordination (coördinatie): Het betreft hier het opzetten en implementeren van standaarden en methoden, boundary facilities en feedback mogelijkheden.
  • jurisdiction (jurisdictie): Jurisdictie heeft betrekking op beleid, contracten, bemiddeling, verspreiding van autoriteit en dergelijke.

Mijns inziens vertoont de theorie van Communities of Practice essentiele overeenkomsten met social software. Betrokkenheid, een gemeenschappelijk doel en een gedeeld repertoire zijn bijvoorbeeld aspecten die ook in social software een rol spelen. Daarnaast ligt de nadruk op de mensen, in plaats van op de techniek. Communities of Practice met techniek ondersteunen is altijd al problematisch geweest, maar nu met de opkomst van social software lijkt hier een kentering in te komen (Wenger, 2005). Het is dan ook interessant om te onderzoeken wat de relatie tussen social software en Communities of Practice precies is. Aangezien een leerarchitectuur ook uit informatie technologie kan bestaan, is het meer specifiek interessant te onderzoeken wat de relatie is tussen social software en het design framework van (Wenger, 1998).

De essentie is nu hoe een bepaald ontwerp tegemoet komt aan de vereisten die de leerarchitectuur stelt. De hierboven geschetste opsomming is zo’n beetje een letterlijke verwoording van wat Wenger (1998) hierover heeft gezegd. Ik heb dan ook niet de illusie dat social software aan al deze vereisten kan voldoen, omdat een community breder is dan alleen de software (ook al is het sociale software). Ik geloof echter wel dat social software meer dan ‘traditionele’ software tegemoet kan komen aan deze vereisten en derhalve meer facilieiten kan bieden die het leerproces in Communities of Practice ondersteunen.

Dit brengt mij tot de centrale vraag die ik mijn onderzoek tracht te beantwoorden, namelijk:

Hoe en tot in welke mate kan social software faciliteiten bieden die het leerproces in Communities of Practice ondersteunen?

Om deze vraag te beantwoorden kan dus gekeken worden naar de wijze waarop social software (in de reificatie van blogs, wikis en social bookmarking) faciliteiten biedt die de onderdelen van de hier geschetste leerarchitectuur ondersteunen.

Om deze vraag te beantwoorden heb ik in de eerste plaats een theoretische review uitgevoerd van de literatuur die over deze onderwerpen beschikbaar is en heb ik deze literatuur getracht te relateren aan de onderdelen van het design framework. In deze post is hiervan het resultaat beschreven. In mijn thesis heb ik natuurlijk onderbouwd hoe ik tot de invulling van dit onderstaande framework ben gekomen en welke literatuur daaraan precies ten grondslag ligt. Voor nu houd ik het bij het posten van het raamwerk. Mijn volledige thesis komt te zijner tijd online. Op basis van interviews en in een later stadium een focus groep interview wordt het raamwerk wat hier is geschetst verder verfijnd, om uiteindelijk tot een framework te komen waarin slechts per vak de essentie van de relatie is beschreven.

Framework Engagement

Framework Imagination

Framework Alignment

De modes of belonging uitzetten tegen de drie verschillende social software diensten resulteert dus in bovenstaand framework (eerste draft versie). Feedback en opmerkingen zijn natuurlijk van harte welkom in de comments. Mochten er ook stukken onduidelijk zijn in de post hoor ik dat ook graag, dan kan ik daar nog aan werken.

  • Wenger, E. Communities of Practice: Learning, Meaning and Identity. Cambridge University Press, New York, USA, 1998.
  • Wenger, E., McDermott, R., and Snyder, W. M. Cultivating Communities of Practice. Harvard Business School Press, Boston, USA, 2002.
  • Wenger, E., White, N., Smith, J. D., and Rowe, K. Technology for communities. CEFRIO Book Chapter, pages 1–15, January 2005


If you enjoyed this post, make sure you subscribe to my RSS feed!