Een dagje focus group…

focus groupVorige week woensdag heb ik een zeer interessante focus groep sessie gehouden met enkele experts op het gebied van social software. Daarmee is het tweede deel van mijn empirisch onderzoek afgerond. Ik wil de deelnemers hierbij nogmaals hartelijk danken voor jullie deelname en jullie inspirerende en vaak kritische blik. Het heeft mij absoluut interessante inzichten gebracht.

In een ontspannen sfeer hebben we gepraat over wat social software, in de reificatie van blogs, wikis en social bookmarking nu zou kunnen betekenen voor Communities of Practice.

Een interessant spanningsveld in de discussie ontstond doordat de deelnemers en ik toch vanuit een enigszins afwijkend referentiekader redeneerden. De deelnemers spraken vanuit hun ervaring, waarbij ze social software vooral voor zichzelf gebruiken en van daaruit allerlei mooie initiatieven, communities en dergelijke zien ontstaan. Vanuit mijn afstudeeronderzoek redeneer ik echter vanuit het perspectief van relatief kleine groepen van mensen die elkaar al kennen en vervolgens social software inzetten ter ondersteuning van hun leerproces. Dit spanningsveld werd gedurende het interview maar moeilijk doorbroken, omdat de deelnemers sociale software veel meer vanuit een dynamisch perspectief beschouwden terwijl ik het wat meer statisch, vanuit die community, benaderde.

Gelukkig konden zij zich in grote lijnen vinden met datgene wat ik hun voorlegde, maar tegelijkertijd werd duidelijk dat er ook meer speelt. Die mening deel ik ten zeerste, alleen ergens moet je een onderzoek afbakenen. Het maakte mij duidelijk dat ik met mijn insteek een redelijk unieke benadering heb gekozen, die de waarde van sociale software mogelijk vanuit een hele andere context beschrijft. Een paar van die inzichten zal ik hier even beschrijven.

seperate

Op een bepaald moment kwam de discussie uit op de onderliggende waarden en principes van Social Software en Web 2.0. Zijn de onderliggende waarden, principes en culturele aspecten niet veel meer bepalend voor het succes? Met social software krijgen mensen eindelijk hun eigen plekje en hun eigen middelen op het Internet. Zij zetten zich als het ware af tegen de gevestigde, top-down en managerial benadering van organisaties. Een interessant vervolgonderzoek zou dan ook kunnen zijn hoe die normen en waarden binnen communities of practice en social software tot uiting komen. Een interessante theorie die in dit kader ter sprake kwam is de theorie van Spiral Dynamics. Op een gegeven moment kwamen de deelnemers tot de conclusie dat de kennismanager (zoals we die vandaag de dag kennen) overbodig wordt. Immers, je bent straks, met behulp van de juiste tools, misschien wel je eigen kennismanager.

Een andere interessante vraag die tijdens de discussie rees is of social software op zichzelf niet een architectuur biedt die zichzelf faciliteert? In mijn onderzoek kijk ik natuurlijk naar hoe social software faciliteiten biedt die Communities ondersteunen. Dat ze die faciliteiten biedt kan ik inmiddels met zekerheid beantwoorden, maar tegelijkertijd kan dit natuurlijk verder worden doorgetrokken naar de vraag of de tools ook niet zodanig functioneren dat zij zelf geen verdere ondersteuning nodig hebben? Een eerste reactie zou zijn nee, gezien de opmerkingen tijdens het interview dat cultuur en waarden bepalend zijn voor het succes. Technologie zou dus in principe nooit alleen het succes kunnen bepalen. Dit blijkt ook uit de constatering dat sommige bloggers gemiddeld vier uur per dag bezig zijn met het managen van hun community (zo kwam uit het interview naar voren). Toch is het een interessante vraag om verder te onderzoeken, omdat hiermee misschien een beeld kan worden gevormd welke additionele maatregelen verder nog moeten worden genomen om communities te laten werken. We hebben nu geconstateerd dat social software technisch gezien de faciliteiten biedt om communities of practice te ondersteunen. De vraag is dan nog wat er verder moet worden ondernomen om ze optimaal te laten renderen.

Een andere interessante vraag is in hoeverre is social software niet alleen ondersteunend aan Communities of Practice, maar in hoeverre maakt het communities ook beter of effectiever? De deelnemers hadden namelijk sterk de neiging dat social software communities niet alleen ondersteunt, maar ook stimuleert. Ik deel deze mening volledig, dus een interessante vraag zou nu zijn hoe dit nu precies zit. In termen van effectiviteit kan social software misschien worden onderzocht in het licht van de effectiviteitstheorie van Quinn & Rorhbaugh (1983).

Kort wil ik nog even het volgende statement voorleggen: “De ontwikkeling van Communities of Practice kan misschien wel gemapped worden aan het gebruik van de verschillende social software tools. Immers je begint met het gebruik van social bookmarking, dan ontmoet je mensen en ga je misschien op informele wijze met elkaar bloggen. Vervolgens wil je als community die kennis vastleggen en verder verspreiden, waarvoor je een wiki gaat gebruiken.” Een interessante benadering, waarvan ik nog niet helemaal overtuigd ben. Misschien ook een aardige voor verder onderzoek…

seperate

Ik heb niet alleen veel geleerd over social software, mijn belevingswereld en de belevingswereld van de deelnemers, maar ook over het hele proces van focus groep interviews en mijzelf in het bijzonder.

Zo blijkt het altijd weer moeilijk om het geplande in de praktijk te brengen. Eigenlijk zoals Wenger in zijn theorie al stelt, er is in een ontwerp altijd een stuk designed (dus wat je kan ontwerpen) en emergent (datgene hoe het zich ontwikkeld). het designed zat prima in elkaar: helaas heb je het emergent niet altijd in de hand. Zo ontwikkelde de discussie zich op sommige momenten anders dan ik had voorgesteld. Daarbij bleek de initiële planning iets te strak opgesteld. Daardoor was er te weinig tijd per onderdeel, kwamen we al snel wat achter op schema te liggen en waardoor we uiteindelijk wat grotere stappen maakten. Een wijze les dus om de volgende keer met wat minder vragen en iets meer ruimte voor de deelnemers een focus groep interview in te gaan :).

Zo heb ik voor mezelf nog wat leerpuntjes opgeschreven naar aanleiding van dit interview. Het bleek maar weer eens hoe belangrijk een introductie is, om gelijk de setting goed neer te zetten. Daar kan ik dus aan werken. Daarnaast had ik, hoewel een moderator in een focus groep discussie geen bepalende rol heeft, misschien iets meer controlerend op kunnen treden, om op die manier iets dichter bij mijn onderzoek te blijven. Ook tijdens en na het transcripten popten nog eens tientallen vragen bij me op, dus tot slot is het zaak om ook daar tijdens een focus groep interview scherp op te zijn, zodat je sommige antwoorden misschien net iets scherper krijgt.

seperate

Al met al aardig leerpuntjes waar ik persoonlijk weer mee aan de slag kan. Maar aan het einde van de rit blijft toch vooral een voldaan gevoel over. Nu door naar het ‘einde’…

If you enjoyed this post, make sure you subscribe to my RSS feed!