"Social software en leren"

Via de weblog van Wilfred Rubens werd ik opnieuw (ik had hem zelf al in juni aan watvindenwijover.nl toegevoegd maar nog even niet gelezen :)) op de hoogte gebracht van een paper van Futurelab over de veranderingen in onderwijs en leren en de rol die social software daarin speelt. Erg interessant! In deze post een korte samenvatting van dit artikel.

Het artikel beschrijft in eerste instantie de veranderende kijk op leren en onderwijs:

“… in many countries around the world, there is a shift in emphasis at policy level from a focus on the content of what children should be taught, to a concern with how best to enable children to learn. … At the heart of these visions are the themes of personalisation, collaboration and learning to learn.”

Het artikel stelt vervolgens dat technologie noodzakelijk is om deze veranderende kijk te ondersteunen en positioneert Web 2.0 en social software als de stroming die dat mogeljk maakt. Het artikel gaat zelfs zo ver door te stellen dat we moeten denken in termen van ‘c-learning’, collaborative of community learning in plaats van e-learning.

Aardig is de beschrijving die volgt over wat Web 2.0 en social software nu eigenlijk is in hun ogen. In eerste instantie wordt gezegd dat social software simpelweg “software that supports group interaction” is. Daarna beschrijft het drie karakteristieken van social software:

  • “Support for conversational interaction between individuals and groups”
  • “Support for social feedback”
  • “Support for social networks”

 

Een aantal kern attributen van social software in relatie tot onderwijs en leren worden benoemd:

  • “Delivers communication between groups”
  • “Enables communication between many people”
  • “Provides gathering and sharing resources”
  • “Delivers collaborative collecting and indexing of information”
  • “Allows syndication and assists personalisation of priorities”
  • “Has new tools for knowledge aggregation and creation of new knowledge”
  • “Delivers to many platforms as is appropriate to the creator, recipient and context”

 

Het artikel definieert heel concreet een aantal social software diensten, waaronder weblogs, wikis en social bookmarking en wat de mogelijke invloed op leren zou kunnen zijn van deze diensten.

Daarna tracht het de vraag te beantwoorden of ons leren verandert in een informatie economie. Daar lijken we toch wel over uit, maar de manier waarop dit wordt beschreven is best interessant. In de eerste plaats introduceert het drie manieren waarop ons leren verandert:

  • “There is a new literacy of information navigation – to know how to navigate through confusing and complex information spaces.”
  • “There is an increasing use of discovery-based or experiential learning, especially using the web.”
  • “There is a “substantially more subtle shift” pertaining to forms of reasoning.”

 

In die verhandeling is verder een belangrijke rol weggelegd voor Nonaka & Takeuchi en hun onderzoek naar de “knowledge creating company”. Nonaka die stelt dat:

“making personal knowledge available to others is the central activity of the knowledge-creating company”. Of primary importance is the recognition that creating new knowledge does not simply mean processing information, but tapping the tacit and often highly subjective insights, intuitions, and hunches of individual employees and making those insights available for testing and use by the company as whole.”

Er wordt vervolgens een paralel getrokken tussen Nonaka’s kijk op de knowledge creating company en de meer westerse kijk op onderwijs en leren. Een overeenkomst wordt gevonden in ‘the crit’. ‘The crit’

“…is the central feature of all the teaching of creative practice in art, design and architecture schools. It consists of a critical dialogue between peers where work-in-progress is exposed for developmental discussion.”

Een aantal kwaliteiten van deze ‘crit’ zijn:

  • “Intention/aspiration to create knowledge”
  • “Autonomy of workers”
  • “Fluctuation and creative chaos”
  • “Redundancy”
  • “Requisite variety”

 

En om deze van oorsprong op Japan gebaseerde beschouwing meer naar het westen te halen wordt de term van communities of practice geïntroduceerd als essentiele voorwaarde om aan deze ‘crit’ te kunnen voldoen. Leren wordt in dit licht dan ook als een van nature sociale activiteit gepositioneerd en social software is bij uitstek geschikt om die sociale communities te ondersteunen.

Het artikel sluit af met een aantal suggesties van hoe we nu tot ‘c-learning’ kunnen komen en welke rol social software en onderwijzers daarin kunnen spelen. Daarin wordt social software afgezet tegen een ‘learners charter’. Een learners charter addresseert het behalen van persoonlijke doelen en bevrediging door middel van onderwijs.

In dit licht nog een paar aardige uitspraken ter afsluiting:

“…we need to open up education to allow emergent, bottom-up changes because a centralised policy approach cannot react flexibly enough…There is a need to open up what is legitimate to know and need to know”

“There are several ways we can technologically facilitate social software activity in schools and education in general. [Firstly], there is the notion of a portal, built by technically competent people. The second proposition is to use existing and emergent lightweight services that support blogging, RSS and social bookmarking, a solution most present users adopt. The third proposition is that these services are integral to the desktop as small functional tools permanently available in all of your day to day electronic activity”.

De conclusies en vragen voor verder onderzoek (§4.7 en §4.8) zijn tot slot zeker aardig.

bron: Owen, M. en Grant, L. en Sayers, S. en Facer, K., Social software and learning, Futurelab, 2006, link


If you enjoyed this post, make sure you subscribe to my RSS feed!