Mijn ervaringen na een dagje digitale universiteit

Digitale UniversiteitVandaag ben ik op uitnodiging van René Jansen bij het seminar ‘haal meer uit de DU‘ van de Digitale Universiteit geweest. Het doel van het seminar is een bijdrage te leveren aan de professionalisering van deelnemers door ze met elkaar in contact te brengen en de onderlinge discussie en kennisuitwisseling te stimuleren. Ik zal hier geen uitgebreid verslag doen van mijn ervaringen deze dag. Daar zijn andere blogs beter in (zie bijvoorbeeld Frankwatching later vandaag).

Onderdeel van het seminar was een twintigtal workshops over uiteenlopende onderwerpen, waaronder Web 2.0, verzorgd door René Jansen en Iwan Wopereis. In de presentatie van René was een belangrijk deel weggelegd voor mijn afstudeeronderzoek dat ik onlangs met succes heb afgerond. De bedoeling was om ook nog een actieve discussie op te starten met de groep, waarin ik ook een rol zou vervullen. Helaas had de tijd ons al snel ingehaald en was het uur van de workshop zo voorbij. Wel heb ik een aantal interessante overdenkingen uit de workshop gehaald die ik in deze post uiteen wil zetten, met name op het gebied van het succesvol toepassen van blogs. Reacties zijn natuurlijk zoals altijd gewenst!

Het leuke was dat het feitelijk de eerste keer was dat mijn resultaten publiekelijk werden gepresenteerd. Het was dan ook interessant om daarbij aanwezig te zijn. De reacties waren positief, wat ook bleek tijdens de diverse gesprekken die ik na de workshop en in de loop van de dag met diverse mensen heb gevoerd.

Om over na te denken is ook het contrast tussen mijn ervaringen met een groepsweblog en de onderzoeksresultaten van Iwan aangaande een project waarin individuele weblogs zijn ingezet als middel tot zelfreflectie. De resultaten van dit onderzoek waren mijns inziens niet heel positief. In zijn presentatie kwam naar voren dat deelnemers eigenlijk helemaal niet zo bereid bleken te zijn te participeren en op andere weblogs te reageren. Er bestond zelfs een duidelijke weerstand tegen het gebruik van weblogs. Deze aversie en beperkte bereidwilligheid heb ik zelf niet ervaren en ik denk dat dat komt door enkele fundamentele verschillen in beide onderzoeken. Mijns inziens zouden deze verschillen wel eens een aardig inzicht kunnen geven hoe weblogs succesvol ingezet kunnen worden in educatieve settings. De voorbeelden die ik her en der noem zijn overigens gebaseerd op de resultaten van mijn scriptie, welke hier te downloaden is.

1. Groepsbloggen versus individueel bloggen
MIWMijns inziens is dit het belangrijkste verschil in beide onderzoeken. Enerzijds is dit een rekensommetje: tien blogs van tien individuen bijhouden of één blog met tien auteurs bijhouden. De motivatie om op één blog te participeren is groter dan wanneer je meerdere blogs moet bijhouden. Anderzijds zit dit ook dieper: Groepsblogs hebben minder te lijden onder de natuurlijke hiërarchie van een blogger en zijn of haar publiek. Alle auteurs op een groepsblog zijn in die zin gelijkwaardig aan elkaar, wat de groepsdynamiek, -interactie, de bereidwilligheid te participeren en elkaar te helpen ten goede komt. Het resultaat is dat de groep bloggers zich meer als een collectief ziet die gezamenlijk aan een zich ontwikkelend gemeenschappelijk doel werkt. Ook heeft het mijns inziens een positief effect gehad op de kwaliteit van de bijdragen, doordat de groep als het ware zelf de kwaliteitsnormen bepaalde: de lat werd hoog gelegd. Veel geïnterviewden spraken over verwachtingsmanagement en de eis om kwalitatief hoogwaardige posts te schrijven. Gezien de continuïteit van de blog hebben deelnemers wel geleerd met deze ‘druk’ om te gaan en daar aan te voldoen. Wellicht is het in die zin aan te raden groepsblogs in te zetten wanneer blogs worden ingezet in educatieve settings.

2. Individu in een community zijn versus individu zijn
Dit hangt nauw samen met het vorige punt, maar is toch interessant om apart te noemen. De participanten in mijn onderzoek waren onderdeel van een bestaande community, die naast online interactie via de weblog ook offline intensief contact hadden. Dit fysieke en tegelijkertijd virtuele contact heeft mijns inziens de betrokkenheid en participatie verhoogt. Deelnemers werden naar de blog ‘getrokken’ om te kijken of daar nog iets nieuws en interessants was toegevoegd. Tegelijkertijd ervaarden ze het als een ‘morele verplichting’ om in de blog te participeren, omdat veel van wat online besproken werd in de offline wereld terugkwam en vice versa. De deelnemers moesten dus wel particperen wanneer zij bij wilden blijven bij de groep. Wanneer weblogs in een onderwijs instelling worden ingezet is het dus belangrijk dat de blog wordt ingezet als verlengstuk van de gebruikersgroep en vakken waarvoor de blog als ondersteunend medium wordt ingezet.

3. Intrinsieke motivatie versus extrinsieke motivatie om te participeren
Knowledge CafeIn het onderzoek van de UvA werd een platform geboden waarop deelnemers met elkaar konden bloggen. Behoudens lichte prikkels in de eerste week van het college werden geen eisen gesteld aan de mate van participatie van deelnemers. Er werd bijvoorbeeld geen minimum gesteld aan het aantal bezoeken, posts of reacties. De lichte prikkels die in het begin van de module werden afgegeven met betrekking tot de noodzaak tot bloggen werden door de geïnterviewden geenszins als bepalend voor hun mate van participatie ervaren. Toch heeft het merendeel van de betrokkenen actief geparticipeerd: de deelnemers bleken intrinsiek gemotiveerd om deel te nemen. Dit is mijns inziens ondermeer te verklaren door de wil om up-to-date te blijven, ook genoemd onder punt 2. Studenten vrij laten in hun keuze gebruik te maken van een dienst of niet en daarmee de ontwikkeling van de virtuele groep op zijn beloop te laten is in die zin misschien een juiste aanpak. Dat die intrinsieke motivatie uiteindelijk het gebruik van een dienst ook buiten de grenzen van de universiteit kan continueren bewijst het voorbeeld van twee (inmiddels ex)-medestudenten, die het platform knowledgecafe.nl hebben opgezet, waar onder meer een aantal van de studenten en docenten die ook in het onderzoek van de UvA betrokken waren, actief zijn.

4. Facultatieve participatie versus participatie met een concreet doel
Zoals in het vorige punt ook gezegd werd in het UvA onderzoek een platform geboden om met elkaar te bloggen, maar werden er verder nauwelijks regels gesteld aan het gebruik van dit platform. De inhoud van toevoegingen was eigenlijk niet aan regels gebonden. In die zin heeft de blog zich ontwikkeld zoals deze zich heeft ontwikkeld. Dat klinkt flauw, maar het is mijns inziens wel een belangrijke voorwaarde. Het heeft namelijk geleid tot een diversiteit aan toevoegingen, waarbij sommige onderwerpen bijvoorbeeld meer gericht waren op kennismanagement, andere meer op social software of wat zwaardere kost. Ook waren sommige toevoegingen meer gericht op educatie (bijvoorbeeld betekenisgeving rondom het begrip positive feedback) en waren andere toevoegingen meer gericht op entertainment (bijvoorbeeld een foto impressie van een bezoek aan een bierbrouwerij). Met andere woorden: voor ieder wat wils. Na verloop van tijd ontstond er een soort equilibrium, hier en daar geprikkeld of licht gestuurd door inbreng van de betrokken docenten, waarbij de deelnemers zich prettig voelden. Er valt dus iets te zeggen om studenten zelf te laten kiezen hoe ze invulling geven aan het gebruik van een platform, zodat het aansluit bij hun behoeften en werkwijzen.

Ik wil niet beweren dat de hier genoemde punten uit mijn onderzoek bepalend zijn voor het succes van weblogs (of meer generiek social software) in het algemeen. Toch denk ik dat deze punten wel belangrijk zijn en in belangrijke mate bepalend zijn geweest voor het succes van de toepassing van de groepsblog in de door mij onderzochte educatieve setting. Deze punten wijken daarnaast af van hoe in traditionele literatuur vaak tegen het gebruik van social software in het algemeen, en weblogs in het bijzonder, wordt aangekeken.

Verder heb ik op de deze dag nog een interessante keynote presentatie bijgewoond van Marinus Dekkers over competentie gericht leren. Daarnaast een interessant gesprek gevoerd met Frank Janssen, onder meer over mijn onderzoek en de inzet van weblogs, en een workshop bijgewoond over educatieve games. Vlak voor het vertrek heb ik me nog even ingeschreven bij de themasites van de digitale universiteit. Zij hebben (virtuele) communities of practice opgezet rondom bepaalde thema’s, waar leden zelf informatie kunnen toevoegen en met elkaar kunnen discussiëren. Ik heb hier vanavond ook mijn afstudeeronderzoek gepubliceerd.

Al met al een geslaagde dag…

If you enjoyed this post, make sure you subscribe to my RSS feed!