Verslag van workshop Symposium “Get Another Life”

Vrijdag 4 mei heb ik samen met twee collega’s een workshop mogen geven op het symposium “Get Another Life” georganiseerd door studieverenigingen A-Eskwadraat en Sticky van de Universiteit Utrecht. De dag zat goed in elkaar en er waren een aantal interessante sprekers. Al met al dus een groot succes. Na afloop heb ik nog een interessant gesprek gehad met de programma manager van EPN – Platform voor informatiesamenleving, die even daarvoor een presentatie had gegeven over de resultaten van een onderzoek naar Second Life en interrealiteit.

Omdat de workshop het liefst dynamisch en uitdagend moest zijn hebben we een open space workshop gehouden met als thema: “de mondige consument, haal er je voordeel uit”, geïnspireerd door een soortgelijke bijeenkomst die ik onlangs heb bijgewoond. Omdat de studenten zowel van de studierichting informatica als informatiekunde afkomstig waren wilden we de focus ook leggen op technologie en niet alleen op sociaal-economische aspecten.

De workshop was een groot succes. De studenten verzamelden met gemak negen thema’s om daarover met elkaar in drie sessies en drie groepen te discussieren. Interessant was het om te constateren dat de discussies zich vooral richtte op de gevaren en problemen die een veranderende (internet)maatschappij met zich meebrengt. Hoewel de vloer volledig vrij was voor de studenten werd er nauwelijks in kansen en mogelijkheden gedacht. Dat stond mijns inziens in schril contrast met de aanstekende presentatie van mijn Australische collega (“no worries mate”) van een week eerder.

Ordening en inschrijving op de thema’s door de studenten resulteerde uiteindelijk in de volgende zeven issues die tijdens de verschillende sessies zijn bediscussierd:

1. Privacy, is het überhaupt een issue?
2. Hoe voorkom ik het “Buckler-effect” (naar de klassieke conference van Youp van ’t Heck over Buckler)
3. Zeepbel 2.0?!
4. Monitoring van profielen
5. anonimiteit vs. identiteit?
6. Opvoeding
7. Betrouwbaarheid en authenticiteit

In het vervolg van deze post worden de conclusies van de discussies, zoals door de studenten geformuleerd, kort toegelicht.

1. Privacy, is het überhaupt een issue?
Het privacy vraagstuk richtte zich voornamelijk op de vraag wanneer het geoorloofd is om gegevens na te trekken en te gebruiken. De vergelijking met een supermarkt en het bonuskaart systeem was snel gemaakt. De conclusie is dat gegevens by default anoniem behandeld moeten worden en dat bedrijven niet het recht hebben om deze gegevens virtueel uit te wisselen. Pas als het nodig is om extra services te leveren mogen additionele gegegens gevraagd worden.

Op de vraag of privacy nog wel een issue is, nu iedereen met Web 2.0 feitelijk vrijwillig zijn hele hebben en houden op internet zet, nog wel valide is, werd door de groep afwijzend geantwoord. Met Web 2.0 kies je bewust voor het publiceren van privé gerelateerde informatie. Bij het contact met bedrijven is dat vaak niet het geval. Wel zou het voor de consument een stuk makkelijker moeten worden om sporen op het Internet (Google cache) te kunnen wissen.

2. Hoe voorkom ik het “Buckler-effect” (naar de klassieke conference van Youp van ’t Heck over Buckler)
Iedereen kent misschien wel de klassieke conference van You van ’t Heck, waarmee hij in één klap het biermerk Buckler van de kaart veegde. Web 2.0 geeft de consument de mogelijkheden om dit ook te doen, door bijvoorbeeld blogs of fora in te zetten. Hoe ga je daar als bedrijf mee om was de vraag in deze discussie. De conclusie luidde dat fora (en blogs) over het algemeen voldoende zelfregulerend zijn. Bedrijven kunnen hier hun voordeel mee doen en zouden daarom een dergelijk platform kunnen faciliteren. Het gevaar van negatieve reacties of flaming blijft echter altijd bestaan. Bedrijven zouden hier op kunnen inspringen door transparant te zijn en op autenthieke wijze in de discussie te participeren en te reageren op basis van feiten.

3. Zeepbel 2.0?!
De klassieke vraag als we het hebben over Web 2.0: Is het een hype of realiteit? Het risico bestaat dat bedrijven veel geld investeren in “virtuele werelden” op basis van foutieve verwachtingen en op die manier veel geld kwijt raken. Het risico bestaat ook dat een domino-effect optreedt, waardoor het vertrouwen van investeerders kwijt raakt en Web 2.0 als een kaartenhuis instort. Een interessante constatering was echter dat het risico op een zeepbel 2.0 veel kleiner is, omdat enerzijds het klimaat veel behoudender is geworden en de kosten en drempel voor deelname veel lager is. Anderzijds werd opgemerkt dat Web 2.0 juist vóór en dóór gebruikers in stand wordt gehouden en die zin dus eigenlijk niet kán instorten. Pas als de gebruiker er mee ophoudt zou zeepbel 2.0 dus kunnen optreden? De open-source wereld diende hier als referentie: dat is toch een wereld die zichzelf al jaren in stand houdt en drijft op dezelfde onderliggende principes als Web 2.0.

Ik citeer: “Bedrijven die geld proberen te verdienen met Web 2.0 lopen gevaar om in te storten als zij 1) niet luisteren naar de community en 2) niet geleerd hebben van zeepbel 1.0 (en dus op basis van impuls en zonder business plan opereren)”.

4. Monitoring van profielen
De vraag was wat gedaan kan en mag worden met informatie die wordt ingewonnen door het monitoren van profielen. Het onderscheid werd gemaakt tussen zelf ingevulde gegevens en geaggregeerde data. Een belangrijke conclusie is dat monitoring van profielen misschien geen probleem vormt, zolang bedrijven transparant zijn in wat ze met die gegevens doen. Consumenten zullen informatie eerder vrij geven zodra zij weten dat er met hun gegevens vertrouwelijk wordt omgegaan.

Voordelen van het monitoren van profielen zijn:
1. op de consument gerichte producten
2. gebruik voor onderzoeksdoeleinden
3. je leert waarover je kunt adverteren (persoonsgerichte advertentiemogelijkheden?)

Nadelen van het monitoren van profielen zijn:
1. De consument kan huiverig zijn om gegevens eerlijk te delen (privacy)
2. consument kan worden gespammed.

5. anonimiteit vs. identiteit en het gebruik van persoonsgebonden informatie door recruiters?
Deze discussie hing deels samen met de discussie over privacy. Een belangrijke vraag die gesteld werd is wat recruiters doen met informatie die zij over een persoon verzamelen. Aangezien één van mijn collega’s een recruiter is, werd dit een gewetensvraagje (die hij overigens glansrijk heeft doorstaan!). De belangrijkste conclusie is dat degene die informatie van het internet gebruikt (in termen van recruitment bijvoorbeeld) de informatie op waarde weet te schatten. Negatieve berichtgeving op Internet is één ding, maar verifieer deze informatie bij de desbetreffende persoon.

6. Opvoeding
Web 2.0 dringt al op jonge leeftijd onze levens binnen. Hoe ga je om met de kansen, maar ook de gevaren die op je afkomen? Op dit moment zijn de gevolgen van Internet acties nog redelijk definitief. Het is bijvoorbeeld lastig jezelf te ont-googelen. De verantwoordelijkheid van het gedrag van (jonge) kinderen ligt volgens de studenten altijd bij de ouders. Maar ook website bouwers zouden de verantwoordelijk moeten nemen om zich te gedragen en netjes met gegevens om te gaan. Dit is helaas niet altijd het geval.

Een belangrijke vraag is ook hoe leg je het verschil uit tussen virtuele en de echte wereld uit. De presentatie van EPN later die dag bevatte een aantal mooie voorbeelden over de problematiek waar je mee te maken krijgt. Is diefstal in een virtuele wereld bijvoorbeeld strafbaar? En hoe berecht je dan iemand? En hoe leg je aan je kinderen uit wat wel en wat niet mag als je zelf niet weet wat wel en niet mag? Ik las eerder deze week nog een interessante blogpost over virtuele verkrachting: Traumatisch, maar is het strafbaar?

Volgens de studenten wegen de positieve effecten nog altijd op tegen de nadelen. Als belangrijkste positieve effecten benoemden zij 1) eenvoudige toegang tot kennis, 2) ervaringen en 3) gelijkgestemden.

7. Betrouwbaarheid en authenticiteit
De discussie over betrouwbaarheid en authenticiteit ging voornamelijk over betrouwbaarheid van internetwinkels en niet zozeer over hoe je als organisatie betrouwbaar en authentiek overkomt (overigens een discussie die op knowledgecafe.nl uitvoerig is gevoerd). De studenten concludeerden dat er voldoende middelen zijn om als webwinkel betrouwbaar over te komen. Shop surveys, keurmerken en een goede en betrouwbaar ogende site zijn belangrijk daarin. Ook een systeem als pay-pal, waarbij een middle-man opereert als intermediar tussen koper en verkoper en die zorgdraagt voor een goede transactie zou een oplossing kunnen zijn. De conclusie is wel dat systemen als naderhand betalen niet werken, omdat ook de consument niet altijd te vertrouwen is. Er zal dus altijd een onzekerheid blijven bestaan, waarbij ook technologische gevaren als phishing nog een rol spelen. Wat dat betreft is het ook een kwestie van de consument goed informeren.

Conclusie
Afsluitend is nog kort gediscussieerd over de workshop in zijn algemeenheid. Wat de studenten is bijgebleven en wat zij ervan geleerd hebben. De belangrijkste conclusie: Web 2.0 is here to stay, maar roept nog steeds vraagstukken op waar niet 1, 2, 3 een antwoord op te formuleren is. Met name discussie 6: opvoeding vond ik zelf een interessante. Internet en Web 2.0, met name via profielensites, msn en dergelijke, dringt tegenwoordig al op zeer jonge leeftijd de levens van onze jeugd binnen. Het is een interessante vraag om te kijken hoe we hier mee om moeten gaan.

De studenten (en wij zelf ook) ervoeren de workshop als zeer interessant en leerzaam. Zeker een vervolg waard dus lijkt me zo!

If you enjoyed this post, make sure you subscribe to my RSS feed!