Innoveren met social software

Sinds kort ben ik betrokken bij een project dat erop gericht is het innoverende karakter van de medewerkers van de organisatie in kwestie te stimuleren. Hiervoor worden organisatorische faciliteiten getroffen, zoals het opzetten van een aparte holding die zich specifiek bezig houdt met dit onderwerp. Dit is een goede keuze als ik de organisatie tegen het framework van Christensen (2003, p.191) aanhoud. Vragen die je je daarbij moet stellen zijn: Staat het dicht bij de bestaande waarden en normen van de organisatie? Ehm nee. Past het binnen de bestaande processen? Ehm Nee… In dat geval is volgens Christensen in een aparte holding onderbrengen een goed idee.

Naast de organisatorische kant van de medaille is er natuurlijk altijd een IT-technische kant. We leven in een tijdperk waarin blogs, wikis, bookmarks en allerhande social media toepassingen steeds meer gemeengoed worden (hoewel?). Het zou uiteraard zonde zijn om hier niet allerlei slimme dingen mee te doen.


Je kunt natuurlijk innovatie stimuleren met social software. Dit kan je doen door het model van Dell Ideastorm of Ideas Exchange van Salesforce te kopiëren en in je eigen organisatie toe te passen. Daar bestaan inmiddels zelfs open source toepassingen voor die dit eenvoudig mogelijk maken.

Je kunt er ook voor kiezen om alleen een invulformulier op een webpagina te plaatsen waarna ideeën rechtstreeks bij een manager terecht komen.
We hebben er na wat gebrainstorm voor gekozen om dit niet te doen. Een belangrijke reden om niet voor het model van Dell te kiezen is dat de drempel voor het gebruik van eerder genoemde toepassingen nogal hoog lijkt te zijn. Niet alleen vanuit een technisch oogpunt (is de gemiddelde persoon die in de doelgroep valt in staat om met deze techniek om te gaan), maar ook vanuit organisatorisch perspectief kunnen hier vraagtekens bij gesteld worden.

Vaak geldt dat er binnen de doelgroep angst kan bestaan om innovatief te zijn. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Zo kan men bang zijn om een idee bij te dragen, omdat men denkt dat een idee niet goed is of toch geen succes heeft. Ook kan men de angst hebben dat anderen er met ingebrachte ideeën van door gaan.

Een andere oorzaak ligt in het feit dat ikzelf niet geloof dat innovatie wordt gestimuleerd door een invulformulier te bieden waarin mensen hun ideeën kwijt kunnen. Deze ingang moet er ook zijn, maar ik denk dat er met social software veel waarde aan een portal kan worden toegevoegd. Bijvoorbeeld het kunnen reageren op een idee en het positief kunnen voten kunnen goede aanvullingen zijn die de populariteit van ideeën kunnen aangeven en het kaf van het koren kan scheiden. In het geval van Dell en Salesforce werkt dit.

Toch denk ik dat er een verschil zit tussen een idee van het kaliber “Linux op Dell pc’s installeren” en een idee dat écht innovatie stimuleert. En naar de laatste categorie ideeën zijn wij op zoek.

Ik ben van mening dat ideeën die daadwerkelijk innovatie stimuleren niet in één ogenblik worden geboren. Voorbeelden zullen er altijd zijn waarbij dit wel het geval is, maar ik denk dat een idee moet groeien. De eerste contouren van een idee ontstaan op een zondagavond tijdens het scheren, daar gaat over gelezen worden, over gediscussieerd en uiteindelijk wordt een idee geconcretiseerd en is het rijp voor een formeel proces. Daarna is hard werken het enige middel om je idee te doen slagen. En dat proces van ontstaan, groeien en bloeien is niet in één formulier te vangen.

Klik op de afbeelding voor een grotere weergave

Hoe zou je het dan wel kunnen aanpakken?

Je kunt de eindgebruiker een aantal simpele ingangen bieden. Plekken om inspiratie op te doen in de vorm van artikelen, links, blogs van anderen, populariteitslijstjes, populaire trefwoorden enzvoort. Daarnaast biedt je een ruimte om gedachten en content te delen, in de vorm van blogs en bookmarks, en om in de vorm van een wiki samen te werken met anderen. Op deze manier zou het creatieve proces van bookmarken, bloggen en in groepen samenwerken aan teksten kunnen leiden tot het opvoeren van interessante nieuwe ideeën die waarde toevoegen aan de organisatie.

Het duurde even voordat ik het licht zag, maar termen als bookmarks, blogs en wikis zouden zoveel mogelijk vermeden moeten worden. Het onderzoek dat ik eerder in deze post linkte toont wel aan dat de adoptiegraad van deze termen nog niet voldoende is. Hier werd ik zelf ook pijnlijk mee geconfronteerd toen ik een prototype demo’de en een gebruiker vragend voor zich uit zag staren naar een voor mij volkomen intuïtieve portal. Door de toepassingen op te hangen aan meer abstractere doelen die uiteindelijk geformuleerd zijn werd het voor mij een stuk eenvoudiger om de samenhang tussen de verschillende toepassingen te zien en een goede wijze van presentatie van de functionaliteiten te doorgronden.

De echte vuurdoop van ons project moet uiteraard nog komen. We hebben gebrainstormed, nagedacht, dingen gebouwd, weer weggegooid en opnieuw gebouwd. De lancering en het gebruik daarna gaat echter bepalen of de gekozen aanpak een succes is. Gelukkig zijn we dermate flexibel dat we snel op een andere klantvraag kunnen participeren.

Referentie

  • Christensen, Clayton. M., The Innovator’s Solution, 2003, Harvard Business School Press.


If you enjoyed this post, make sure you subscribe to my RSS feed!