Het succes meten van een online community op basis van sociality?

Gisteravond heb ik naar aanleiding van een aantal posts over het meten van engagement en een afstudeeronderzoek waar ik momenteel bij betrokken ben eens met Rene Jansen van Winkwaves nagedacht over het bepalen van succesfactoren voor online communities. We werden eigenlijk getriggerd door tools als nuconomy, die bijvoorbeeld stellen engagement te kunnen meten, maar in de praktijk toch vooral veel traditionele meeteenheden blijken te hanteren.

Vanuit mijn achtergrond (UvA, theorie van Wenger) zouden we het meten van succes wat meer in zachte factoren willen uitdrukken. Je komt dan al snel in een meer subjectivistische hoek terecht. Dat een subjectivistische kijk op meten spanningen met zich meebrengt blijkt overigens goed uit de reacties op mijn post op knowledgecafe.nl.

Maar waar moet je dan naar kijken als je succes van online communities volgens een meer zachte benadering wilt bepalen? Bepaal je het succes van een dienst als geheel? Of bepaal je succes aan de hand van de ervaringen die een individuele gebruiker met jouw dienst heeft?


Je zult ons inziens eerst verder moeten kijken dan een geaggregeerd of groepsniveau. Daar waar de mens een cruciale rol speelt in het proces wordt het individu al snel de eenheid van analyse. Maar op individueel niveau succes bepalen maakt het bedenken van meeteenheden wel heel complex. Vandaar dat een rolverdeling, bijvoorbeeld deze van Rene maar ook deze van bijvoorbeeld Nancy White, nuttig lijkt. Ieder type gebruiker heeft andere verwachtingen bij een dienst en zal dus ook op een andere manier succes ervaren.

Op een iets hoger niveau zou je kunnen kijken naar het concept van sociality. Onderstaand model is uitvoerig beschreven in een award winning paper.

The Realm of Sociality: Huizing et all, 2007

The realm of sociality: Bouman et al, 2007

Dit model combineert als het ware het concept van sociality met design parameters voor social software. De aanname is dat deze design parameters ook toepasbaar zijn voor het “meten” van het succes van online communities. Op zich logisch als je veronderstelt dat voor een goed design van social software de realms of enabling practice, realms of building identity, realms of actualizing self en realms of mimicking reality noodzakelijk zijn. Een globale tweedeling in dit model zit in een groeps / practice perspectief aan de bovenkant en een individualistisch / self perspectief aan de onderkant.

Met enabling practice wordt het ondersteunen van een practice, zoals ideation of innoveren, bedoeld. In mimicking reality gaat het om het formuleren van metaforen en weerspiegelingen van de werkelijkheid. Hyves doet dit bijvoorbeeld goed door sociale structuren en processen die in de werkelijkheid plaatsvinden na te bootsen. In building identity gaat het om dat je voor jezelf een online identiteit kunt opbouwen. Tot slot gaat actualizing self om de mogelijkheid om kennis en informatie uit de community te kunnen gebruiken ter bevordering van jezelf. Dit neigt naar Maslow’s kijk op zelfontplooiing.

Misschien kom je tot een volledig overzicht als je zowel het individuele / rolperspectief combineert met de meer groepsbenadering die vanuit het sociality perspectief kan worden gehanteerd. Je kunt dan vragen stellen als hoe beïnvloedt mijn “lurker zijn” het “zijn” van de groep en vice versa en wat kan ik daarvan leren?

Tot slot neig ik er naar om te zeggen dat het succes van online communities (danwel gezien van uit het perspectief van het individu, danwel vanuit het perspectief van de groep) niet beperkt moet blijven tot de dienst zelf, dus van binnenuit geredeneerd. Het succes van een dienst wordt mijns inziens ook grotendeels bepaald door het virale karakter. Het feit dat ik mijn watvindenwijover.nl bookmarks op mijn site zet zegt iets over mijn relatie tot die dienst. En het feit dat menig blogger inmiddels twitter gebruikt om zijn nieuws te verspreiden zegt ook iets over het succes van Twitter als communicatieplatform.

Either way: We bemerkten dat het vertalen van deze modellen naar meer meetbare succesfactoren niet zo eenvoudig is. Uitgangspunt lijkt toch de generieke doelstelling van een community te zijn. Toen Rene mij vroeg wat ik nu precies in een mede door mijzelf opgezet community platform zou willen terugzien kwamen we uit op het volgende:

“Een inspirerend platform waar iedereen die dat wil graag komt om gezamenlijk kennis te delen en samen te werken met als doel innovatie binnen de organisatie te stimuleren.” Dit hebben we later nog wat verder onderbouwd met voorbeelden en het beantwoorden van de altijd lastige waarom vraag. Uiteindelijk kwamen we erop uit dat in dit statement al een aantal concepten van sociality lijken te worden gedekt.

Nu is het tijd om dit verder uit te werken. We zijn nog zoekende, maar misschien komt er wat leuks uit. Keep you posted! En als je ideeën hebt of mee wilt denken? Graag zelfs: leave your thoughts in the comments!

If you enjoyed this post, make sure you subscribe to my RSS feed!